Vandaag in De Morgen: “Gun terroristen geen heldenstatus”

Zoals u eerder deze week al kon lezen, ben ik het totaal niet eens met de uitspraken die David Van Reybrouck deed in een uitzending van De Afspraak op Canvas. Dat is niet omdat ik het zo aanvoel, of omdat dat mijn mening is, dat is omdat dat ook wetenschappelijk is aangetoond. Van Reybrouck werd bij De Afspraak uitgenodigd om z’n essay van deze zaterdag, vandaag dus, in De Morgen aan te kondigen.

De dagen na de uitzending waren er verscheidene mensen die zowel Van Reybrouck als De Afspraak wezen op hun fouten. Beiden lieten het na te reageren op feiten en onderzoek die hun ongelijk aantonen.

Nu ben ik absoluut geen lezer van De Morgen. Te veel opinie en te weinig feiten, u weet wel. Maar vandaag maakte ik eens een uitzondering. Ik maakte mezelf een profiel aan, gratis uiteraard, om toch maar eens aan dat essay van Van Reybrouck te kunnen en het door te nemen.

Schermafbeelding 2017-07-01 om 19.54.04.jpg

Nu ben ik wel wat dommigheid ter zake gewoon. Veel mensen hebben een mening over terreur. De meesten die een mening hebben, zijn echter absoluut geen kenners, laat staan dat ze een studie volgden waarin echt wordt ingegaan op terreur en contra-terreur. Deze mensen vind je vaak terug op twitter, maar nog angstaanjagender: vaak bij Terzake en bij De Afspraak. Ze worden opgevoerd als absolute experten, wat er dan uiteraard ingaat als zoete koek bij de mensen. Wel nu, ze zijn absoluut geen experten. Het verleden bewees dat ook al. Ik denk hierbij bijvoorbeeld aan Rik Coolsaet die nog regelmatig wordt opgevoerd. Hij stond op de frontlinie te roepen dat de aanslagen van 11 maart 2004 in Madrid door Euskadi Ta Askatasuna (ETA – Baskenland en Vrijheid) werden gepleegd. Zonder enige feitenkennis. Tja, dan heb je natuurlijk afgedaan als zogezegd expert.

Maar goed, laat ons niet te ver afdwalen en eens wat dieper ingaan op het essay van Van Reybrouck.

“Na de aanslagen in Manchester besloot de Zwitserse nationale omroep om geen extra nieuws­­uitzending te brengen. Het klassieke tv-journaal had ruim aandacht besteed aan de feiten, de slachtoffers en de reacties, waarom dan eindeloos doorgaan met berichtgeven? Hoofdredacteur Tristan Brenn lichtte toe: “De overkill in westerse media speelt de terroristen in de kaart. Via tv-beelden bereiken zij zonder meer hun doel om angst en paniek te verspreiden.” “

Het gaat hier over de mening van hoofdredacteur Brenn. Hij heeft gelijk wat betreft de overkill aan berichtgeving. Mensen worden dagenlang om de oren geslagen met berichtgeving. Vaak is dat begrijpelijk, want burgers willen nu eenmaal geïnformeerd worden en zijn. Maar wat en wie er soms worden bij gesleurd om toch maar een verslag aan de waggel te kunnen houden, grenst soms aan het hallucinante.

“Dat klopt. Terroristen kunnen nog zoveel bommen plaatsen als ze willen, als de media er niet over berichten, is hun aanslag mislukt. Geen enkele jihadist doodt zichzelf om vervolgens doodgezwegen te worden. Als het is om genegeerd te worden, kan hij net zo goed blijven leven. Maar in hoeverre moet de pers daarin meegaan? Na Manchester merkte Joris Luyendijk (Nederlands journalist en antropoloog, red.) op: “Er is in onze samenlevingen de afgelopen jaren een informatie-infrastructuur ontstaan waarin journalisten en media aangemoedigd en financieel beloond worden om het spelletje van de terroristen te spelen.” Hij heeft volkomen gelijk.”

Het eerste deel van deze alinea klopt alvast. Het gaat de terroristen in eerste instantie niet om het aantal doden en ook niet om de vernieling die ze zaaien. Het gaat hen om de aandacht. Dit zagen we al bij terroristen eind 19de en begin 20ste eeuw. Reeds daar gingen zij gebruik maken van kranten om onder de aandacht te komen. Maar dan… “Geen enkele jihadist doodt zichzelf om vervolgens doodgezwegen te worden.” Van Reybrouck gaat hier al aan het feit voorbij dat je het die jihadist niet kan vragen. Hij is namelijk dood. Dat is trouwens één van de frustraties van terrorisme onderzoekers wereldwijd. Het zou een zeer mooi inzicht geven, mocht je met hen kunnen praten over de beweegredenen. Het zou ook een massale stap voorwaarts zijn voor contra-terreur maatregelen, omdat je zo beter kan inschatten waar je je aandacht op moet focussen.

Verder gaat hij voorbij aan het simpele feit dat een zelfmoordaanslag de enige, maar dan ook letterlijk de enige manier is waarop een moslim zeker kan zijn dat hij in het paradijs zal belanden. Een snelle lectuur van de koran toont dit simpel aan:

In de islam heb je namelijk geen enkele garantie om te worden toegelaten tot het paradijs. Alles is afhankelijk van de wil van allah en je weet niet hoe lang na je dood hij de beslissing zal nemen over je lot. Er is echter 1 uitzondering en laat die nu net dé uitzondering zijn die de motivatie vormt voor zelfmoordterroristen: wanneer je tijdens de jihad sterft, hoef je niet in je graf te wachten, maar mag je onmiddellijk door naar het paradijs. (Surah 9:89) Het komt er dus op neer dat de énige manier die je hebt om zeker te zijn van het paradijs, een zelfmoordaanslag plegen is, want je bent zelfs niet zeker dat je tijdens een “gewone” jihad zal sterven. De motivatie hier ligt dus totaal ergens anders dan bij iemand die zelfmoord pleegt.

Het feit dat er in onze samenleving een informatie-infractructuur ontstaan is, waarin media financieel beloond worden, bewijst z’n eigen essay. Het zit namelijk achter een betaalmuur. Over de kwaliteit ervan zwijgen we dan nog. Maar ik ben niet gespecialiseerd in media, dus daar zwijg ik verder over.

“Toen Europa nog geteisterd werd door de aanslagen van het IRA in Noord-Ierland, de ETA in Spanje of de Rote Armee Fraktion in Duitsland, waren er intense debatten over hoe de media hierover moesten berichten. Dat debat is vandaag meer dan ooit weer nodig. Als sommige vormen van berichtgeving terreur meer belonen dan andere, dan moeten we durven stilstaan bij de ongeschreven regels van de pers. Excessieve media-aandacht kan immers de angst vergroten, de terrorist een heldenstatus verlenen en anderen inspireren tot gelijkaardige aanslagen.

Is het bijvoorbeeld verstandig om telkens veel details prijs te geven over de dader? Wie een aanslag pleegt, weet dat zijn volledige naam en gezicht in bijna alle kranten, nieuwssites en tv-journaals over heel Europa zal verschijnen. Normaal is die eer enkel aan een zegevierende presidents­kandidaat van een groot land voorbehouden. Willen we die bonus zomaar bieden?

De terroristen vragen er alvast soms letterlijk om. De doodrijders in Nice en Berlijn lieten hun papieren slingeren in de truck waarmee ze slachtoffers maakten. De zelfmoordterrorist in Manchester had zijn bankkaart op zak. Idem dito bij Charlie Hebdo. Was dat zomaar vergetelheid? Bij minutieus voorbereide aanslagen waar ze soms zelfs over hun kleren en kapsel hebben nagedacht? Voor de opeisingen van IS hoeven ze het niet te doen: die geven geen namen en hebben het enkel over ‘een soldaat van het kalifaat’. Nee, het zijn onze persagentschappen die hen de aandacht geven waarnaar ze kennelijk hengelen. Wij bedienen hen op hun wenken.”

Hier wordt er ten eerste zwaar voorbijgegaan aan het feit dat vandaag de dag de terreuraanslagen door het IRA, de ETA en de RAF zo goed als onbestaande zijn. Ik ga hiervoor terug tot 2010, anders wordt de lijst te groot. (Bron: GTD en eigen databank)

Ik zal dit aantonen aan de hand van een aantal voorbeelden, te beginnen bij de ETA:

16 maart 2010, Dammarie Les Lys, Frankrijk: een agent wordt neergeschoten door leden van de ETA. De media hebben hierover uitvoerig bericht.
16 september 2010, Vitoria, Spanje: Een kleine bom (een gasfles met een vuurwerkraket) ontploft. Enkel materiële schade. ETA wordt ervan verdacht achter de aanslag te zitten. Uitvoerige berichtgeving in de media. (Bvb. BBC, Incidents Tracking System, AP, AFP)
9 april 2011, Creuse, Frankrijk: 2 mannen rijden door een politie controle en vuren hierbij op agenten. 1 agent raakt gewond. Het incident werd nooit opgeëist, maar onderzoekers gaan er van uit dat de 2 gevatte daders leden van de ETA zijn. Wederom uitvoerig verslag van uitgebracht in de media. (Bvb. Trust, Terrorism Watch Report, Reuters, Le Parisien)
20 augustus 2014, Loiu, Spanje: Baskische separatisten (zelfs niet ETA-gelieerd) steken 5 bussen in brand, zonder slachtoffers te maken. Ze deden dit uit solidariteit met gevangen genomen ETA leden. Uitvoerige berichtgeving in de media. (Bvb. El Pais en Jane’s)
28 september 2014, Bilbao, Spanje: Baskische separatisten steken 3 bussen in brand. Er vallen geen slachtoffers. Ze deden dit onder andere uit solidariteit met de ETA leden die in de gevangenis zitten. Uitvoerig besproken in de media. (Bvb. El Mundo)

De constanten: geslaagde aanslagen en veel media aandacht.

Dit jaar kwam het daarenboven tot een overeenkomst waarbij de ETA beloofde volledig te ontwapenen. Ook hierover werd weer uitvoerig bericht in de media.

Voorbeelden van de RAF:

De laatst gekende activiteit van de RAF gaat terug tot 1993. In 1998 werd de groepering officieel ontbonden. Hoewel het media landschap er toen volledig anders uit zag dan vandaag, waren de aanslagen van de RAF nieuws over heel de wereld. De namen van de leden werden ook stuk voor stuk bekend gemaakt, inclusief geboortedatum, straffen, of ze voortvluchtig zijn of niet, of hun zaak verjaard is of niet en ga zo maar verder.

Voorbeelden van het IRA:

Hier gaat het al mis van bij aanvang. Van Reybrouck moet specificeren waar hij het over heeft. Heeft hij het over:

Official IRA
Provisional IRA
Continuity IRA
Real IRA

Dit is wel degelijk van belang, omdat de activiteiten van de groepen nogal verschillen.

Maar goed, we zullen ze allemaal op een hoop gooien en ze weer chronologisch bekijken.

12 februari 2010, Dublin, Ierland: Een winkel wordt in brand gestoken. De winkel zelf wordt volledig vernield en ook 2 aanpalende winkels lopen schade op. Er vielen geen slachtoffers. De aanslag werd nooit opgeëist, maar onderzoekers gaan er van uit dat het Real IRA achter de aanslag zit. Media aandacht bij de vleet. (Bvb. Incidenten Tracking System, BBC, AP, AFP, Reuters, Sunday Times)
17 februari 2010, Dublin, Ierland: Een winkel wordt in brand gestoken. Er is weinig materiële schade, maar 1 burger wordt gewond. Er waren geen claims, maar onderzoekers verdenken het Real IRA. Uitgebreide media aandacht. (Incidents Tracking System, BBC, RTE, AP, AFP, Reuters)
11 april 2010, Holywood, Noord-Ierland: Leden van het Real IRA carjacken een taxi en houden de bestuurder als gijzelaar. De taxi wordt gebruikt bij de aanslag van 12 april. Uitvoerige berichtgeving. (Bvb. BBC, New York Times, Irish Times, AFP, AP)
12 april 2010, Holywood, Noord-Ierland: Een bom in een gestolen taxi ontploft. 1 burger wordt gewond. Het Real IRA had de aanslag aangekondigd en claimde hem na de ontploffing ook via de BBC. Volop media aandacht. (Bvb. BBC, New York Times, Irish Times, AFP, AP)
23 januari 2011, Belfast, Noord-Ierland: Agenten reageren op een noodoproep van een videotheek. Buiten de zaak werd er een bom aangetroffen die van op afstand tot ontploffing gebracht kan worden. Het Real IRA laat ze echter niet ontploffen. Sterker zelfs: een dag later wordt er op dezelfde locatie nog een springtuig ontdekt dat ook niet tot ontploffing werd gebracht. Uitvoerige berichtgeving. (Bvb. Belfast Telegraph, Irish Times, BBC, AP, AFP, Reuters)
16 februari 2011, Magherafelt, Noord-Ierland: Een bom werd geplaatst in de buurt van huizen van gewone burgers. Ze werd op tijd ontdekt en onschadelijk gemaakt. Uit veiligheidsoverwegingen werden de bewoners wel geëvacueerd tijdens de operatie. Onderzoekers vermoeden dat het Real IRA achter de poging zit. Voldoende media aandacht. (Bvb. Belfast Telegraph, Sun, BBC)
28 maart 2011, Londonderry, Noord-Ierland: De politie ontdekt een bomauto in de buurt van het gerechtshof van Londonderry. De bom werd onschadelijk gemaakt. Uiteindelijk bleek dat er om en bij de 50 kg explosieven in een biervat verstopt zaten. Uitvoerige berichtgeving. (Bvb. Reuters, Belfast Telegraph, Press Association, BBC, AP, AFP)
21 mei 2011, Londonderry, Noord-Ierland: Een geïmproviseerde bom gaat af in de Santander Bank. De ontploffing was echter aangekondigd, waardoor de veiligheidsdiensten nog nét de tijd hadden alles te ontruimen. De bom richtte enkel beperkte materiële schade aan. De plaasters van de bom claimden dat ze leden van het IRA waren vooraleer ze de benemen namen. Media aandacht bij de vleet. (Bvb. CNN, Reuters, AP, AFP, BBC)
9 juni 2011, Dublin, Ierland: Gewapende mannen dringen het huis van Liam Kenny binnen. Kenny is de leider van het Continuity IRA. Hij wordt neergeschoten en overlijdt. De andere aanwezigen slagen erin te vluchten. Onderzoekers geloven dat leden van het Real IRA achter de aanslag zitten. Media aandacht op en top. (Bvb. BBC, Belfast Telegraph, Mirror, AP, AFP)
15 april 2012, Londonderry, Noord-Ierland: Een bom werd onder de auto van de ouders van een politie agent geplaatst. De bom werd tijdig onschadelijk gemaakt. Er kwam nooit een claim, maar onderzoek wees in de richting van het Real IRA. Ook hier weer uitvoerige berichtgeving. (Bvb. Reuters, BBC, Press Association, The Irish News)

De constanten: geslaagde aanslagen, mislukte en verijdelde aanslagen met veel media aandacht, zelfs bij mislukte en verijdelde aanslagen.

Alle vormen van terreur krijgen hier even veel media aandacht, zelfs wanneer de aanslagen mislukken of verijdeld werden. Zonder uitzondering. Waar ze gekend waren, werden ook hier weer de namen van de daders vrijgegeven. Er werd ook telkens een melding gemaakt van de gebruikte methode en zelfs meermaals van de hoeveelheid springstof, het type bom en ga zo maar door.

Kan media aandacht de angst vergroten? Ja, dat kan. Is media aandacht het doel van een terreurgroep? Uiteraard. Dat is zelfs het meest belangrijke doel. Maar laat ons eens even verder nadenken.

Welk effect heeft het op een bevolking wanneer er weinig of geen informatie wordt vrijgegeven?

Speculatie. Speculatie leidt vaak tot veel foute info. Ook is er het effect dat er van een mug een olifant wordt gemaakt. Zoel foute info als overdrijving leiden tot meer angst bij de bevolking.
Mensen stellen zich vragen. Ze willen eenvoudigweg geïnformeerd worden, omdat sommigen nog steeds écht willen begrijpen wat er in de wereld rondom hen gebeurt.
Vaak ziet het gewone publiek weinig tot geen informatie als een doofpot. Ook dit leidt weer tot speculatie en een veel groter angsteffect.

De bewering dat IS z’n opeisingen doet en enkel melding maakt van een “soldaat van het kalifaat” is ronduit gelogen. Zeer vaak wordt er, zeker bij aanslagen in het westen, op z’n minst een kunya vrijgegeven. Veel van die kunya’s konden al gelikt worden aan echte namen, waardoor het geweten is wie er achter de aanslag steekt. Ook de kunya op zich geeft al een aanwijzing door het achtervoegsel, aangezien dat vaak een land is waar de dader geboren is of verbleef.

“En het gaat niet enkel over de naam en de foto. Als je een aanslag plant, mag je er ook rustig van uitgaan dat de hele wereld zal schrijven over je afkomst, je familie, je schoolprestaties, je liefdesleven, je eventuele strafblad en wat de buren van je vonden. Eigenlijk verschil je in nagenoeg niets van andere terroristen, maar wij spitten je korte levensverhaal uit met een ijver en een belangstelling die je bij leven nooit hebt gekend.”

Je mag er rustig van uit gaan dat de hele wereld over vanalles en nog wat zal schrijven… Als de geschiedenis ons 1 ding geleerd heeft, is dat je nooit ergens vanuit mag gaan. Enkel en alleen deze bewering (ergens van uitgaan) toont al aan dat heel het betoog van Van Reybrouck op speculaties en meningen berust. Anders zou hij dit kunnen aantonen met feiten en voorbeelden.Het zou interessant zijn dat hij eens gaat kijken naar aanslagen, zeker in het westen, waarbij er wél en niét werd ingegaan op de achtergrond van de terrorist in kwestie. Hij zou versteld kunnen staan.

Het vermelden van een strafblad is trouwens erg interessant. Van Reybrouck gaat weer volledig voorbij aan het feit dat dit cruciale informatie kan zijn voor wetenschappelijke onderzoekers. Zij hebben namelijk veelal geen toegang tot de politie dossiers. De strafrechtelijke achtergrond kennen van een dader kan hen helpen bij het zoeken naar een eventuele constante (of 1 van de constanten) bij terroristen. Het zou zo maar eens kunnen leiden tot een punt waar we eventueel kunnen komen tot een iets nauwkeurigere omschrijving van een potentiële terrorist, waardoor we toekomstige terroristen kunnen identificeren vooraleer ze kunnen toeslaan. God verhoede!

“Bovendien beperkt het zich niet enkel tot journalistieke aandacht. Ook de overheden lijken niet altijd goed na te denken over de impact van hun handelen op zulke dramatische momenten. Is het wel zo zinnig om na elke aanslag in Europa iconische bouwwerken te gaan belichten in de kleuren van het getroffen land? Tijdens de eerste golf van gruweldaden kon dat troosten, maar moet nu elke terreurdaad automatisch beloond worden met een Eiffeltoren of een Brandenburger Tor in een andere kleur?”

Ja, het is zinnig om bij ingrijpende gebeurtenissen een herdenking te houden. Voor veel mensen biedt dit troost en je mag ook niet vergeten dat het helpt bij de verwerking van een drama. Want zelfs voor zij die niet rechtstreeks betrokken zijn, heeft een aanslag een emotionele impact. Daar wordt wel degelijk over nagedacht. Let vooral op het woordgebruik van Van Reybrouck: “lijken niet altijd goed na te denken”. Ook hier gaat hij weer uit van een veronderstelling, maar draagt hij geen enkel concreet bewijs aan.

“Anno 2017 weet je als terrorist nog steeds niet of die 72 maagden daadwerkelijk op je liggen te wachten in het paradijs, maar je kunt er wel van uitgaan dat je met één druk op de knop 72 monumenten naar je hand zet.”

Ik kan de ganse alinea die ik hierboven reeds zette hier opnieuw herhalen. Het had ook interessant geweest, mocht Van Reybrouck dieper zijn ingegaan op radicalisatie en radicalisatieprocessen. Dan zou hij de lezer tenminste op een correcte wijze kunnen aantonen hoe dit komt. Deze alinea gaat véél te kort door de bocht om de gemiddelde leek ook maar iets duidelijk te maken.

Denken we daarbij enkel al maar aan mensen die hier geradicaliseerd werden en naar “oorlogsgebied” afreisden, mensen die hier geradicaliseerd werden en hier bleven, mensen die op zichzelf radicaliseerden etcetera.

“En moet bij elke nieuwe aanslag de regeringsleider of zelfs het staatshoofd de bevolking toespreken? Sinds 2014 vonden er in Europa 31 aanslagen plaats. Moet het telkens opnieuw, die eer? Als terrorist ben je dan ineens iets van staatsbelang geworden. Ineens tel je mee. We maken het jou nogal gemakkelijk, eerlijk gezegd. We maken jouw zelfmoordaanslag het overwegen waard. Je bent een nobody die zo graag een somebody wil zijn, desnoods post mortem, en wij, westerse media, helpen je daar maar al te graag bij.

Dit zouden wij niet moeten doen. We zouden onszelf enige soberheid moeten aanleren als we over aanslagen berichten. Dat hoeft allerminst een beperking van de persvrijheid te betekenen. Immers, ons een beetje inhouden, dat doen we toch ook al wanneer het om klassieke vormen van zelfdoding gaat?”

Moet een regeringsleider of een staatshoofd bij elke aanslag de bevolking toespreken? Ook hier geldt weer hetzelfde argument als eerder aangehaald. Voor sommige mensen kan dit troost bieden en kan het het verwerkingsproces helpen of versnellen. Het valt op dat Van Reybrouck tot hiertoe in heel z’n betoog aan de impact voor de directe en indirecte slachtoffers van een terreuraanslag voorbij gaat.

“Sinds 2014 vonden er in Europa 31 aanslagen plaats”, durft Van Reybrouck stellen. Ik heb geen idee van waar hij dit cijfer haalt. Ofwel kan hij niet tellen, ofwel beperkt hij zich tot 1 bepaald type van aanslagen (jihad, zelfmoord, bepaalde regio,. wie zal het zeggen?)… Of hij telt de aanslagen zonder slachtoffers niet mee. Ik kan het me echt niet inbeelden. Alleen in Frankrijk werden er sinds 2014 al meer dan 20 aanslagen gepleegd. Zweden minmaal 3. België minimaal 6.

Ik zal het eenvoudig maken: alleen al in 2016, werden er in slechts 8 landen van de EU al 142 aanslagen gepleegd. In 2015 waren dat er 211. Naar mijn bescheiden mening is alleen deze bewering van Van Reybrouck al genoeg om heel z’n essay als onzin te bestempelen.

“In de meeste westerse landen bestaan er mediarichtlijnen voor het verantwoord berichten over zelfdoding. Uit onderzoek blijkt namelijk dat serenere berichtgeving voor significant minder copycats zorgt. Zo daalde het aantal gevallen van zelfdoding in de Weense metro met maar liefst 75 procent nadat het Oostenrijkse centrum voor zelfmoordpreventie een brochure met tips voor de pers had uitgebracht.

Hierdoor geïnspireerd stelde de Wereld­gezondheids­organisatie (WHO) een lijst van adviezen voor journalisten op: publiceer geen foto’s of afscheidsbrieven, geef geen details over de gebruikte methode, wees niet sensationeel, vermijd religieuze of culturele stereotypen, vermeld hulplijnen.
Vele westerse landen zijn hiermee aan de slag gegaan. Na Oostenrijk volgden Duitsland, Zwitserland, Nederland, België, Frankrijk, het VK en de VS.”

Hier ben ik het nu eens volledig mee eens. Mocht hij zelfs dit feit niet correct beschrijven, zou het hek helemaal van de dam zijn.

“Maar nu doet zich iets zeer vreemds voor: geen van die mediarichtlijnen spreekt over zelfmoordaanslagen. De Britse brochure, opgesteld door de Samaritans, heeft weliswaar een korte passage over murder-suicides, maar focust daarbij enkel op gezinsdrama’s.

Dit is de stand van zaken anno 2017: de diensten voor zelfmoordpreventie zijn niet bezig met terrorisme; de diensten voor terreurbestrijding zijn niet bezig met zelfmoordpreventie.

Dat komt natuurlijk doordat zelfmoordterroristen geen klassieke suïcidalen zijn. Ze zijn meer gedreven uit woede dan uit wanhoop. Zij willen hun lijden niet beëindigen, maar zoveel mogelijk lijden veroorzaken. Hun doel is moord en angst. Ook al lijken aanslagen soms op verkapte zelfmoorden, het heeft iets ongepasts om een aanslag tot zelfmoord te herleiden – dat is kwetsend voor de slachtoffers en pijnlijk voor wie met klassieke suïcide te maken heeft gehad.”

Zij willen hun lijden niet beëindigen, maar zoveel mogelijk lijden veroorzaken. Hun doel is moord en angst.” Halleluja. Het doel van een terrorist is nooit ofte nimmer dood en vernieling zaaien. Dat is zo ongeveer de eerste les die je krijgt wanneer je aan terreurstudies begint. Doden en vernielingen zijn een middel. Een middel om aandacht te creëren voor hun uiteindelijke politieke doel. Opnieuw neemt Van Reybrouck een serieuze loop met de waarheid.

“Het punt is niet of zelfmoordterroristen ons mededogen verdienen omdat ze met suïcidale gedachten worstelen. Het punt is dat de mediarichtlijnen voor het verantwoord berichten over zelfdoding werken. Moeten we dan niet iets gelijkaardigs hebben voor zelfmoordaanslagen?
Nagenoeg alle islamterrorisme in Europa is zelfmoordterrorisme. Van de 30 aanslagen tussen mei 2014 en juni 2017 kwamen bij 23 de daders om (24 indien je de Berlijnse terrorist meerekent die enkele dagen later in Italië werd neergeschoten). Daarbij ging het zowel om directe zelfdoding, doorgaans door zichzelf op te blazen, als om indirecte zelfdoding: weten dat je gedood zult worden.”

Van Reybrouck vertrekt hier al van een stelling die hij niet kan bewijzen: “omdat ze met suïcidale gedachten worstelen”. Tot nader order kan zelfs David niet in het hoofd kijken van een zelfmoordterrorist, zeker niet wanneer dat hoofd ergens in stukjes op 1 of ander trottoir ligt.

“We hebben hier te maken met wat preventie­werkers in andere contexten een suïcide­cluster hebben genoemd, een golf van vergelijkbare zelfdodingen begaan door mensen die zich door eerdere, sterk gemediatiseerde voorbeelden hebben laten inspireren.

Als je weet dat copycats meer voorkomen bij mannen dan bij vrouwen, bij jongeren dan bij ouderen, bij armen dan bij rijken, moet er een belletje afgaan. Ook zelfmoordterroristen in Europa zijn jongemannen hoofdzakelijk afkomstig uit de onderkant van de samenleving. Het gevaar voor suïcidale besmetting is dus zeer groot. Daarom is er dringend nood aan een richtlijn voor verantwoorde journalistiek. Ook de pers kan levens redden.

Het is niet aan mij om hier een finale richtlijn op te stellen. Dat moet in overleg gebeuren. Journalisten zouden zo snel mogelijk met preventiewerkers, terrorisme-experts en veiligheidsdiensten rond de tafel moeten gaan zitten om een instrument uit te dokteren.”

Wat betreft de zelfdodingen klopt de stelling uiteraard.

Het gaat echter weeral de slechte kant uit in de volgende alinea. Zelfmoordterroristen en bij uitbreiding terroristen zijn voornamelijk mannelijk. De onderzochte aanslagen uit het verleden leren ons dit. Empirisch onderzoek leert ons ook dat de gemiddelde (zelfmoord)terrorist een gemiddelde situatie heeft. Zoals elk “normaal” mens dus. Wanneer er al serieuze uitschieters zijn, gaan die naar de bovenkant, niet naar onderen. Waar hij zegt dat het gevaar voor suïcidale besmetting groot is, gaat hij helemaal de mist in. Er is namelijk geen enkel bewijs dat dit zo is. In tegendeel.

Er werd al meermaals wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar deze bewering. Elk onderzoek tot hier toe kwam tot een zelfde vaststelling, zelfs het meest recente uit maart 2017 nog: dit klopt absoluut niet.

Bij terrorisme en zelfmoordaanslagen moet de potentiële dader al een risicoprofiel hebben om eventueel beïnvloed te kunnen worden.
Het gevaar van copycats bij zelfmoordaanslagen werd nooit aangetoond. Ten eerste zijn er te veel zelfmoordaanslagen. Ongeveer 19 pct van de huidige aanslagen zijn zelfmoordaanslagen. (Het aantal zelfmoordaanslagen steeg met 1.679 % tov 2001.) Daarnaast is het moeilijk om iemand die een zelfmoordaanslag pleegde te interviewen om z’n beweegreden te kennen. De dader is namelijk dood. Meermaals werd er al onderzoek gevoerd naar het copycat effect van zelfmoordaanslagen.
De meeste zelfmoordaanslagen vragen een lange voorbereiding. Studies stelden al vast dat na een periode van 13 dagen er absoluut geen copycat effect meer is. Wanneer er dus een zelfmoordaanslag is binnen de 13 dagen, is zelfs die aanslag geen copycat effect. Ook dat werd bestudeerd en vastgesteld in het onderzoek van maart 2017 door Dr. Marieke Liem.

Van Reybrouck gaat ook aan een aantal psychologisch vaststaande feiten voorbij. Iemand die zelfmoord pleegt (met uitzondering van de moord-zelfmoord situaties), pleegt in feite een moord op zichzelf. Dit kan zeer verscheidene achtergronden hebben uiteraard.
Het brein van een mens is echter zo geprogrammeerd dat hij z’n “eigen soort” niet doodt. Dat heet het “violence inhibition mechanism”. Het zorgt er kort gezegd voor dat een mens blokkeert wanneer hij iemand face to face zal gaan doden, iemand van z’n eigen soort dus.

Bij een zelfmoordterrorist volstaat het dat hij anderen niet meer aanschouwt als “eigen soort” om tot z’n daad over te gaan. De koran en de beïnvloeding door z’n terreurorganisatie zorgen daarvoor. De slachtoffers worden aanschouwd als ongelovigen, heidenen, ongedierte, apen, varkens etcetera (in tegenstelling tot hemzelf), waardoor het mechanisme volledig wegvalt. Laat ons daarbij het feit voegen dat we hierboven al zagen dat voor een moslim een zelfmoordaanslag de enige zekerheid is om in het paradijs te geraken.

“Elders is die ontwikkeling al in volle gang. Na de aanslag in Nice kwamen grote spelers van het Franse medialandschap – Le Monde, Radio France Internationale, France 24, Europe 1 en BFM-TV – overeen om niet langer foto’s van aanslagplegers te plaatsen. Radiozender Europe 1 besloot om ook hun namen niet meer te delen. Zulke afspraken hebben ook wij nodig.

Een afspraak tussen formele media biedt geen garantie dat ook de sociale media zullen volgen. Terroristen zitten vaker op YouTube dan op de site van Le Monde. Sensationele beelden zullen daar nog een tijdlang succes hebben. Maar dat er een norm is, is alvast richtinggevend. Zo ging het ook met gruwelvideo’s uit het kalifaat: als grote nieuwssites en tv-stations ze weigeren, verliezen ze een deel van hun waarde en stichten ze minder angst.”

De in de eerste paragraaf aangehaalde maatregelen kunnen nobel klinken, maar hebben, zoals onderzoek aantoont, geen enkel effect.

“Terroristen zitten vaker op Youtube”. Dit is dan weer zeer kort door de bocht. Het zou genoeg zijn dat Van Reybrouck eens gaat kijken op pakweg Telegram om vast te stellen hoeveel artikelen daar gedeeld worden onder jihadisten. Artikelen die dan uitgebreid becommentarieerd worden en vaak op gejuich onthaald worden wanneer er blijkt dat er voldoende doden vielen. Zelfs bij gebeurtenissen die absoluut niets met terreur te maken hebben. Toen in Londen op 14 juni de brand in de Grenfell tower uitbrak, was het gejuich op Telegram zo goed als oorverdovend. Nochtans had het niets met terreur te maken. De schietpartij in New York gisteren? Er werd gehoopt op doden.

Een belangrijk aspect dat Van Reybrouck niet aanhaalt, is het gebruik van social media voor eigen doeleinden. Door de veranderende omgeving, is het voor bijvoorbeeld Islamitische Staat belangrijk om zichzelf onder de aandacht te brengen bij de eigen leden, zodat zij nog steeds in een overwinning geloven en nog steeds geloven dat Islamitische Staat een machtige positie heeft. Dit heeft niets te maken met een copycat effect, het verspreiden van angst bij de westerse bevolking etcetera, maar alles met het behouden van leden en het aantrekken van nieuwe leden. Hiervoor gebruiken zij uiteraard niet onze westerse media, maar hun eigen kanalen.

“Ook de overheid kan een positieve bijdrage leveren. Naast het organiseren van officiële reacties en het belichten van monumenten, kan ze inzetten op nog betere preventie. In heel Europa bieden zelfmoordlijnen hulp aan mensen die suïcidaal zijn, of aan hun bezorgde naasten of nabestaanden. Moeten zij hun werking diversifiëren, zowel op het vlak van diensten als personeel? Moeten ze bellers of chatters te woord kunnen staan in het Amazigh, het Arabisch of zelfs nog maar de geschreven jongerentaal van tegenwoordig? Moeten telefonisten kennis hebben van de islam? Moeten er campagnes komen voor specifieke doelgroepen in specifieke wijken? Moeilijke vragen, maar ze worden niet eens gesteld. De demonisering laat het niet toe.

Nochtans, als landen zoals Duitsland, Neder­land, België en de Verenigde Staten pedofilie­lijnen hebben opgestart om kindermisbruik te voorkomen, waarom starten we dan niet iets gelijkaardigs in de strijd tegen moslimterrorisme? Het klinkt vreemd om specifieke diensten op te zetten voor mensen van wie we het gedrag volkomen verachten, maar als het kan helpen om dat gedrag te voorkomen en levens van onschuldigen te redden, waarom onderzoeken we de mogelijkheid ervan dan niet?

We zijn niet veroordeeld tot machteloosheid. Terreurbestrijding is meer dan het werk van veiligheidsdiensten en justitie. Op het vlak van media en preventiewerking laten we vandaag belangrijke kansen liggen. Nochtans ligt daar de sleutel tot een minder machteloze omgang met het fenomeen.”

Van Reybrouck gaat hier weer voorbij aan de motivering van een zelfmoordterrorist. Hij denkt weerom dat hij het profiel van een suïcidaal iemand kan doortrekken naar dat van een zelfmoordterrorist. Hierboven zagen we echter al dat dit kant noch wal raakt.

Hij geeft tegelijk ook een fameuze steek naar onze veiligheidsdiensten. Hij gaat volledig voorbij aan het feit dat er heel wat aanslagen voortijdig worden ontdekt en worden voorkomen. De mensen die werkzaam in de contra-terreur zijn gemotiveerd, zelfs super gemotiveerd. Ze doen hun werk met volle overtuiging, draaien vaak lange uren waarvoor ze niet vergoed worden en ga zo maar door. Waarom? Om de bevolking te beschermen.

Ook de preventiewerking is er. Er zijn wel degelijk mechanismen om radicaliserende mensen te ontdekken. We hebben deradicaliseringsambtenaren en we hebben diensten die teruggekeerde strijders opvolgen. Maar recente voorbeelden uit bijvoorbeeld Frankrijk tonen aan dat deradicalisering niet eenvoudig aan te pakken is. Vaak zal deradicalisering vanuit de (potentiële) terrorist zelf komen, omdat hij zo gedegouteerd is door de aanslagen en de doden, dat z’n ogen weer stilaan open gaan. Hoe komt dat dat het zo vaak niet werkt? Omdat er een eerste, zeer belangrijke stap wordt overgeslagen: het disengagement. Men moet eerst de neiging om tot een daad over te gaan weghalen, vooraleer men kan beginnen deradicaliseren. Wanneer heeft u dat al eens in de media gehoord?

Over het laatste stukje met z’n “voorzichtige poging” ga ik het al helemaal niet hebben. Waarom? Omdat we weten dat er totaal geen copycat effect is. Welke zin hebben zogezegde “tegenmaatregelen” dan?

Wel David: ik raad je aan te schrijven over dingen die je eventueel wel zou kennen, of die je kan onderbouwen met feiten, in plaats van veronderstellingen. En wanneer je feiten aanhaalt, geef dan ook even de correcte cijfers weer alsjeblief.

“Essay” is bij deze een goed gekozen woord. Je hebt geprobeerd je lezers een mening op te dringen. Je hebt niet eens de moeite genomen hen iets bij te brengen door hen feiten en reële voorbeelden te geven. Jammer dat je artikel gepubliceerd werd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s